This vernissage is a collaboration between Grège Gallery and Fosbury & Sons, born from shared visions; namely the synergy between art and architecture and how it always results in new-found inspiration.
We are happy to open up our space, a true brutalist gem designed by Constantin Brodski, to host the group exhibition Ce qui s’efface demeure/Wat verdwijnt, blijft bestaan. Grège Gallery will showcase different artists, including Juliette Lemontey, Toufan Housseiny, Jamie Mills and Moritz Berg.
Ce qui s’efface demeure
Dans l’architecture brutaliste du Fosbury & Sons Boitsfort, pensée par Constantin Brodzki comme une sculpture habitée, "Ce qui s’efface demeure" explore la mémoire contenue dans la matière. À travers la toile, la jute, le lin et le papier, les artistes convoquent des surfaces où le geste laisse une empreinte, où l’effacement devient révélation.
Juliette Lemontey travaille sur des toiles anciennes, draps de lin et de coton marqués par le temps, où ses figures sans visage flottent comme des souvenirs incertains, entre apparition et disparition. Chidy Wayne, lui, s’attaque à la rugosité brute de la jute, y inscrivant des formes gestuelles qui semblent se débattre avec leur propre matérialité.
Avec son tissage sur lin, Toufan Housseiny crée un langage fragile où les fils s’entrelacent, se perdent et se retrouvent, comme une métaphore des histoires humaines qui s’effilochent et se recomposent. Silvia de Marchi, quant à elle, malmène le papier, le détériore, le creuse pour en faire surgir une nouvelle surface, une peau recomposée, où la destruction et la création coexistent.
Jamie Mills explore les interactions entre matière et environnement, en récupérant des éléments naturels et inorganiques qu'il fragmente et réassemble. Ses compositions évoquent des paysages à la frontière du tangible et de l’imaginaire, où la détérioration devient un processus de métamorphose.
Moritz Berg, quant à lui, capte la poésie du quotidien à travers des œuvres minimalistes qui interrogent la relation entre l’homme et la nature. Son travail joue sur la lumière, les textures et les imperfections, révélant l’évanescence des instants fugaces.
"Ce qui s’efface demeure" interroge cette tension entre la disparition et la persistance, entre le tangible et l’évanescent. Comme les murs de béton qui portent la mémoire d’un geste architectural radical, les œuvres ici exposées nous rappellent que la matière, même altérée, conserve une trace. Ce qui s’efface ne disparaît pas, mais s’inscrit autrement – dans la fibre, dans le pli, dans la mémoire de ceux qui regardent.
Wat Verdwijnt, blijft bestaan
Binnen de brutalistische architectuur van Fosbury & Sons Boitsfort, ontworpen door Constantin Brodzki als een bewoonde sculptuur, verkent "Wat verdwijnt, blijft bestaan" de herinnering die in materialen vervat zit. Door middel van doek, jute, linnen en papier creëren de kunstenaars oppervlakken waar gebaren sporen nalaten, waar uitwissing een vorm van onthulling wordt.
Juliette Lemontey werkt met antieke stoffen—linnen en katoenen lakens die door de tijd getekend zijn—waar haar gezichtsloze figuren zweven als onzekere herinneringen, balancerend tussen verschijnen en verdwijnen. Chidy Wayne confronteert de ruwheid van jute, waarin hij expressieve vormen afdrukt die lijken te worstelen met hun eigen materialiteit.
Met haar geweven linnen werken schept Toufan Housseiny een fragiele taal waarin draden ineenstrengelen, loslaten en weer samenkomen—een metafoor voor menselijke verhalen die rafelen en zich herstructureren. Silvia de Marchi daarentegen bewerkt papier, tast het aan en snijdt erin om een nieuw oppervlak bloot te leggen—een gereconstrueerde huid waarin vernietiging en creatie samenkomen.
Jamie Mills onderzoekt de interactie tussen materialiteit en omgeving door natuurlijke en anorganische elementen te hergebruiken, die hij fragmenteert en opnieuw samenstelt. Zijn composities roepen landschappen op die balanceren tussen het tastbare en het denkbeeldige, waarbij verval een proces van transformatie wordt.
Moritz Berg vangt de poëzie van het alledaagse leven in minimalistische werken die de relatie tussen mens en natuur bevragen. Zijn werk speelt met licht, texturen en imperfecties en onthult de vergankelijke schoonheid van vluchtige momenten.
"Wat verdwijnt, blijft bestaan" bevraagt de spanning tussen verdwijnen en voortbestaan, tussen het tastbare en het vluchtige. Net zoals de betonnen muren de herinnering aan een radicale architectonische geste dragen, herinneren de tentoongestelde werken ons eraan dat materie, zelfs wanneer het wordt aangetast, een spoor behoudt. Wat verdwijnt, verdwijnt niet echt, maar wordt op een andere manier ingeschreven—in de vezels, in de plooien, in het geheugen van de toeschouwer.